Belegt of belegd?

Is het nu belegt of belegd? In de voltooid tegenwoordige tijd gebruiken we belegd, maar als werkwoordsvorm kan ook belegt gebruikt worden. Beleggen wordt vervoegd volgens de regel stam + t dus jij beleg + t. Ik beleg, jij belegt, wij beleggen.

Alleen in de voltooid tegenwoordige tijd eindigt beleggen met een d, je kijkt dan naar de laatste letter van het woord om te bepalen of het woord moet eindigen om een d of t. Ik heb beleg + d. De g zit niet in het kofschip en het is dus ik heb belegt en niet ik heb belegt.

De verleden tijd is niet veel moeilijker, het is ik beleg + de dus ik belegde, jij belegde en wij belegden.

Tip: Klik hier & ontvang direct gratis €100 om mee te beleggen!

Handige links: aan de slag met beleggen

Plaats een reactie

Heb je een vraag? Of heb je een interessante mening? Plaats een reactie!