Wat is inflatie en welk effect heeft het?

Inflatie. Je hebt het woord vast vaker gehoord, maar eigenlijk weet je niet zo goed wat het precies inhoudt. Toch kun je er iedere dag mee te maken hebben.

Wat is inflatie?

Kort gezegd is inflatie het minder kunnen kopen voor hetzelfde geld. Denk bijvoorbeeld eens aan een fles water met een inhoud van een liter. Je betaalt daar bijvoorbeeld op dit moment € 0,69 voor. Als je over vijf jaar hiervoor € 1,38 moet betalen, dan heb je te maken met een verdubbeling van de prijs voor dezelfde inhoud. Dit is dus een inflatie van 100% over een periode van vijf jaar. Maar wanneer je het omkeert en je nu € 1,38 zou betalen en over vijf jaar € 0,69, dan spreek je van deflatie.

Wat wil je weten over inflatie:

Hoe ontstaat inflatie?

Inflatie ontstaat doordat er een toename is van geld. Dit kan gebeuren doordat er meer geld bijgedrukt wordt. Dit is zeker in de huidige crisis met regelmaat gebeurd.

Ook door een verandering in vraag en aanbod kan er inflatie ontstaan. Wanneer de vraag stijgt omdat het product populairder is geworden, maar het aanbod is niet groter geworden, dan krijg je inflatie.

Verder kan er ook inflatie ontstaan doordat er geld uitgeleend wordt als krediet en er daarvan staatsobligaties gekocht worden op de secundaire markt.

Er is ook nog een andere oorzaak van inflatie, namelijk hogere productiekosten. Stel dat de prijs van olie stijgt omdat er steeds minder voorraad is (de olievelden worden schaarser), dan kan er een tekort ontstaan. Er zijn namelijk veel verschillende bedrijfstakken afhankelijk van olie. Een tekort aan olie heeft daarom invloed op de prijs van veel andere producten.

Tot slot kan de stijging van belastingen ook zorgen voor inflatie. In 2013 is de btw bijvoorbeeld verhoogd van 19% naar 21%. Dit hield in dat een groot deel van de goederen in Nederland een stuk duurder zijn geworden. Dit leidde tot inflatie.

Wat voor soorten inflatie zijn er?

Er zijn verschillende soorten inflatie te benoemen.

Bestedingsinflatie

Deze inflatie ontstaat wanneer de vraag naar een product hoger is dan de waarde van het product. Bestedingsinflatie kan ook ontstaan wanneer investeringen toenemen en de economische vooruitzichten verbeteren. De besteding van consumenten kan in dit geval ook gaan toenemen.

De bestedingsinflatie is de enige inflatie waarop de Europese Centrale Bank invloed heeft. Zij zijn in staat om de refirente te manipuleren. Refirente is de rente die betaald wordt door financiële instellingen aan de Centrale Bank als ze geld moeten opnemen.

Kosteninflatie

Dit is inflatie die veroorzaakt wordt door de toename van kosten zoals loon, huur, pacht en rente. Wanneer deze kosten worden doorberekend in de verkoopprijs, dan kun je spreken van kosteninflatie. Wanneer dus de kosten stijgen om een bepaald product te maken en deze kosten worden doorberekend aan de klant, dan heb je het over kosteninflatie.

Zo kunnen bijvoorbeeld energiekosten daar een groot aandeel in zijn. Wanneer bijvoorbeeld de prijs van olie stijgt, stijgt ook de prijs van energie en daarmee ook de productiekosten. Dit leidt tot kosteninflatie.

Kosteninflatie kan ook veroorzaakt worden door de overheid. Toen in 2012 de omzetbelasting van 19% naar 21% ging, was dat voor de consument goed te merken. De producent heeft toen in veel gevallen de stijging doorberekend aan de consument waardoor er een flinke inflatie plaatsvond. De consument heeft dit vooral teruggezien in de prijsstijging van de energie- en telefoonrekening.

Geïmporteerde inflatie

Wanneer de prijsstijgingen in ons land veroorzaakt worden doordat de door ons geïmporteerde producten in prijs zijn gestegen, dan spreken we van een geïmporteerde inflatie. We importeren namelijk niet alleen het product, maar ook de prijsstijging.

Winstinflatie

Van winstinflatie kunnen we spreken wanneer bedrijven de prijzen verhogen om hun winst te vergroten.

Ingebouwde inflatie

Ingebouwde inflatie noemen we ook wel overblijvende inflatie. Deze vorm van inflatie komt voort uit eerdere activiteiten op economisch gebied. Het is dus zo dat ingebouwde inflatie kan ontstaan uit kosten- en bestedingsinflatie, zeker wanneer deze lang aanhouden. Op deze manier kan ingebouwde inflatie ook bij jouw bedrijf plaatsvinden.

Laten we een voorbeeld geven van ingebouwde inflatie. Jouw bedrijf heeft winst gemaakt. Je spreekt dan van een inflatie. Wanneer deze inflatie aanhoudt, dan is het logische gevolg dat werknemers een hoger loon willen. Dit hogere loon valt onder de kosteninflatie, maar is voortgekomen uit bestedingsinflatie. Het geheel wordt dan ingebouwde inflatie genoemd.

Voor- en nadelen van inflatie

Zoals bij alles heb je ook bij inflatie bepaalde voor- en nadelen. Waar het voor de één goed is om inflatie te hebben, is het voor de ander bijna een ramp. Iemand die bijvoorbeeld handelt in onroerend goed wil graag een inflatie zien. Dat betekent namelijk dat de verkoopprijs van zijn of haar onroerende goederen omhooggaat en ze dus tegen een hogere prijs kunnen verkopen.

Als koper van het onroerende goed ben je daar natuurlijk minder blij mee, maar de verkoper is juist tevreden. Zo heb je dus al in één voorbeeld een voordeel en een nadeel benoemd, en zie je dat inflatie niet voor iedereen vervelend is.

Ben je iemand die heeft geïnvesteerd in bijvoorbeeld obligaties, dan heb je liever geen inflatie. Dit tast namelijk de werkelijke waarde aan. Wil je als belegger je portefeuille beschermen tegen inflatie, dan moet je kijken naar inflatie afgedekte activaklassen, zoals goud.

Een te grote inflatie kan een fors nadeel zijn. Over het algemeen wordt inflatie als negatief beschouwd voor de economie. Tegelijkertijd is te weinig inflatie ook weer niet goed. De meeste economen zien dan ook graag een lage tot matige inflatie. Dit komt neer op een inflatie van ongeveer 2% per jaar. Voor spaarders is een hoge inflatie schadelijk, omdat het de koopkracht van het gespaarde geld aantast.

Wat is het effect van inflatie?

Je vraagt je misschien af of inflatie ook effect op jou heeft. Heel kort en krachtig is het antwoord daarop: ja! Wanneer inflatie ervoor zorgt dat de waarde van een munteenheid in een land daalt, dan kan dit exporteurs ten goede komen. Hun goederen kunnen dan goedkoper worden gemaakt, omdat ze geprijsd worden in de munteenheid van een ander land. Aan de andere kant brengt het de importeurs juist schade toe. De goederen die in het buitenland gemaakt worden, stijgen namelijk in prijs. Een hoge inflatie kan ervoor zorgen dat er meer besteed gaat worden, want de consument koopt producten het liefst wanneer de prijs laag is.

Effect op spaargeld

Voor mensen die sparen is het op dat moment een zware dobber, want de waarde van hun spaargeld neemt af. Het vermogen om te investeren in de toekomst wordt op die manier beperkt en dat zie je als spaarder niet graag.

Effect op leningen

Inflatie heeft ook effect op leningen. Je geleende centen worden namelijk minder waard. Natuurlijk is het wel zo dat je het volledige bedrag nog steeds terug moet betalen. Alleen is je lening minder waard omdat er minder van gekocht kan worden. Als je het slim bekijkt, dan is het dus een goede zet om van jouw lening producten of diensten te kopen waarvan de prijzen zijn omhooggegaan.

Effect op beleggingen

Inflatie heeft ook een sterke invloed op beleggingen. Je kunt jezelf beschermen tegen inflatie door bijvoorbeeld te investeren in vastgoed, edelmetalen of de juiste aandelen.

Vooral zogenaamde waardeaandelen presteren doorgaans goed wanneer er sprake is van inflatie. Veel van dit soort bedrijven kunnen hun prijzen laten meestijgen met de toenemende grondstofprijzen. Dit ligt anders bij groeiaandelen waar een hoge inflatie & rente de winstgevendheid onder druk kan zetten.

Wil je meer lezen over het effect van inflatie op de aandelenmarkt? Lees dan onze special over het onderwerp:

Koophuis kopen

Wanneer je een koophuis hebt of van plan bent om een huis te gaan kopen, dan is er rondom inflatie eigenlijk iets geks aan de hand. Je hypotheekrente is altijd lager dan de CPI en de rente is ook nog eens fiscaal aftrekbaar. Iedere maand stijgen de huizenprijzen. Hiermee wordt je hypotheek minder waard. Als je bekijkt wat je ervoor kunt kopen en je kijkt naar je inkomen (waarvan we uitgaan dat dit met de inflatie meestijgt), dan wordt je huis meer waard. Dit is dus een goed pleidooi om een huis te kopen en een maximale hypotheek af te sluiten. Als het even kan ook nog aflossingsvrij!

Waarom aflossingsvrij? Als je nu een aflossingsvrije hypotheek afsluit van bijvoorbeeld € 300.000 en de inflatie zet zich op dezelfde manier door, dan is die € 300.000 van nu veel minder “waard” dan wat het eigenlijk zou moeten zijn. Het is namelijk zo dat je schuld niet meegroeit met de inflatie. Denk er eens over na wat het zou gaan doen als de hypotheekrente lager zou zijn dan de inflatie!

Inflatie heeft ook invloed op je geldzaken. Wanneer je bijvoorbeeld kijkt naar je spaargeld, dan kom je tijdens een periode van inflatie erachter dat je met het gespaarde geld minder kunt kopen dan dat je in eerste instantie dacht te kunnen doen. Zeker nu de banken steeds minder rente geven op een spaarrekening is het bijna niet meer interessant om een spaarcentje te hebben.

Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot inflatie

Kun je nu al zeggen wat inflatie gaat doen in de komende jaren? Nee, dat is iets wat je niet kunt voorspellen. Wat dat betreft kun je op geen enkele manier in de toekomst kijken. Het is goed mogelijk dat er plotseling een deflatie ontstaat, en of je daar nu zo blij mee moet zijn is natuurlijk maar de vraag.

Heb je een schuld? Dan vind je het niet zo fijn dat deze niet mee krimpt, maar je bent wel blij met je spaarrekening waarvan de waarde groeit. Of je daar je persoonlijke geldzaken vanaf moet laten hangen, is niet zo makkelijk te zeggen. Het is in ieder geval te weinig zekerheid om het te laten tellen.

Wat is deflatie en wat doet het?

Deflatie houdt in dat je geld meer waard is geworden door prijsdalingen. Doordat de waarde van geld toeneemt, groeit ook de koopkracht. De consument kan nu voor hetzelfde geld meer diensten en goederen kopen. In Nederland komt deflatie maar weinig voor.

Een verminderde vraag naar goederen en diensten kan dus zorgen voor deflatie. Het dwingt bedrijven om hun producten tegen lagere prijzen te verkopen. Wanneer er een daling is in het consumentenvertrouwen, dan hebben consumenten minder te besteden. Dit kan als gevolg hebben dat bedrijven de prijzen gaan verlagen zodat ze meer kunnen verkopen. Daarnaast kan deflatie ook ontstaan bij productverbeteringen. Je krijgt dan voor hetzelfde geld meer.

In een economie waar diensten en goederen sterk dalen in prijs is weinig houvast voor bedrijven. Het nemen van economische beslissingen is dan ook iets wat ze niet zomaar kunnen doen. Het is om die reden dan ook wenselijk om een stabiel prijsniveau te hebben. Wanneer er sprake is van prijsstabiliteit, dan draagt dit bij aan een duurzame economische groei.

Deflatie en stijgende koopdracht

In het geval van deflatie stijgt de koopkracht. Dit is iets wat jij met je bedrijf zou moeten merken in de verkoop. Aan de andere kant heeft het ook tot gevolg dat mensen minder dure aankopen gaan doen omdat ze er op een later moment minder voor hoeven te betalen. Dit wordt vooral opgemerkt door bedrijven die dure artikelen verkopen, zoals auto’s.

Wanneer een land te maken heeft met deflatie, dan wachten investeerders vaak. Hun geld zal in waarde stijgen. Zeker wanneer de deflatie over een langere periode plaatsvindt, dan zal dit bepaalde veranderingen teweegbrengen. Zowel consumenten als bedrijven zullen hun inkopen uitstellen. Hierdoor merk je dat er minder investeringen zijn en heeft de deflatie op die manier al snel invloed op de winst van bedrijven. Wanneer een deflatie dus erg lang aanhoudt, dan heeft het een zeer negatief effect op de economie en kan het zelfs tot een recessie leiden.

Recessie

Een recessie is een situatie waarin zowel de overheid als ieder huishouden minder te besteden heeft. Wij hebben dit meegemaakt in de kredietcrisis. Tijdens een recessie zullen veel bedrijven noodgedwongen de keuze moeten maken om in te krimpen, te reorganiseren of (wanneer het echt niet meer anders kan) failliet te gaan. Bij deze laatste keuze zal de werkloosheid toe gaan nemen omdat er meer werknemers ontslagen worden. Dit heeft weer een negatieve impact op de economische groei.

Je kunt een recessie soms zien aankomen. Zeker wanneer er een crisis is in de financiële sector. Helaas is het zo dat je niet van tevoren kunt zeggen wat dit met jouw bedrijf gaat doen. Als ondernemer is het verstandig om een aantal zaken goed in de gaten te houden wanneer we een recessie doormaken. Je hoeft niet direct je personeel te ontslaan om kosten te besparen. Sterker nog, het kan zelfs zo zijn dat je dan op de langere termijn meer geld kwijt bent omdat je opnieuw personeel moet gaan werven en moet gaan opleiden. Dit is behoorlijk kostbaar om te doen.

Daarnaast wil je natuurlijk ook dat jouw bedrijf naar de klant toe nog steeds dezelfde fantastische service blijft leveren. Wanneer jij gaat snijden in je personeelsbestand is dit vaak een van de eerste dingen die niet meer haalbaar is. Tijdens een recessie moet je je goed bedenken of het schrappen van je personeel wel echt van belang is en of dit je ook op de langere termijn wat op gaat leveren.

Als je denkt dat dit niets of maar weinig op gaat leveren, dan is het niet aan te raden om die stap te nemen. Kies er dan voor om op een andere manier ervoor te zorgen dat je kosten naar beneden gaan. Je kunt bijvoorbeeld beter besparen op investeringen die niet direct nodig zijn. Ook is het belangrijk om aandacht te houden voor het product dat je produceert.

Hoe bereken je het inflatiepercentage?

We zijn het allemaal eens over het feit dat inflatie een onmisbaar begrip is in de huidige economie. Als je de inflatie wilt berekenen, dan heb je een prijsindex en de historische prijsgegevens nodig met de daarbij behorende formule. Je kunt inflatie in een aantal stappen berekenen.

Gemiddelde prijzen

Als eerste zoek je de gemiddelde prijzen op van een paar verschillende artikelen over een periode van een aantal jaar. Inflatie kun je het beste berekenen door naar prijzen te kijken van standaardartikelen zoals melk of brood. Hoe meer gegevens je hierover kunt vinden, hoe makkelijker het voor jou wordt om een prijs te berekenen.

Broodprijzen kun je gemakkelijk vinden op de website van het CBS. Als je de gemiddelde prijs moet berekenen, dan neem je de prijs van vijf achtereenvolgende jaren en je telt dit bij elkaar op. Daarna deel je de som door vijf. Op deze manier kun je de gemiddelde prijs berekenen. De consumentenprijsindex (afgekort tot CPI) wordt elk jaar opnieuw berekend op basis van een gemiddelde prijs.

CPI

Raadpleeg vervolgens de CPI. Deze index met consumentenprijzen is een lijst van de jaarlijkse en maandelijkse wijzigingen gebaseerd op de inflatie. Als de CPI hoger is geworden dan de maand ervoor, dan is er een inflatie geweest. Is de prijs gezakt? Dan kun je spreken over een deflatie. Overal ter wereld wordt inflatie op dezelfde manier berekend. Je moet hiervoor wel voor alle cijfers in de formule gebruikmaken van dezelfde munteenheid.

De inflatie berekenen

De derde stap is een keuze maken over de periode die je wilt gebruiken om de inflatie te berekenen. Meestal wordt hier een periode van tien jaar of tien maanden voor gehanteerd. Zolang het maar in jouw antwoord duidelijk is over welke periode het gaat. Voor de berekening van inflatie heb je van een product twee prijzen of gemiddelde prijzen nodig over een even grote periode. We gaan even uit van de huidige prijs/periode en een historische prijs/periode. Dat wil dus zeggen dat we de gemiddelde prijs van nu nemen en de gemiddelde prijs uit het verleden.

De formule die we gebruiken om er een percentage uit te krijgen ziet er als volgt uit.

  • Huidige CPI min historische CPI, gedeeld door huidige CPI, vermenigvuldigd met 100.
  • We gaan het nu even invullen met prijzen en nemen daarbij de prijzen van een denkbeeldig stokbrood. In 2012 kostte een stokbrood € 3,48 en in 2010 was dit € 3,10. Je krijgt dan de volgende formule: € 3,48 min €3,10, gedeeld door € 3,48, vermenigvuldigd met 100. Oftewel, € 0,38 (€ 3,48 – € 3,10) gedeeld door € 3,48, keer 100 is 10,9. De inflatie in die periode is dus 10,9% geweest.

Wanneer je snapt hoe je de inflatie van een product moet lezen en berekenen, dan is het eigenlijk niet eens zo gek moeilijk. Hetgeen wat we net hebben berekend, vertelt dus eigenlijk dat de euro in absolute zin minder waard is geworden.

Houd er rekening mee dat de hierboven genoemde prijzen niet de echte prijzen zijn. Dit was een voorbeeld. Wanneer de uitkomst van de formule een negatief getal is, dan zou dit betekenen dat er sprake is van een deflatie. In beide gevallen blijft de formule voor wat betreft de berekening hetzelfde. We draaien nu alleen de prijzen om.

In 2012 kostte een stokbrood € 3,10 en in 2010 € 3,48. Je krijgt in dit geval de volgende berekening: € 3,10 min € 3,48, gedeeld door € 3,10, vermenigvuldigd met 100. Oftewel, – € 0,38 gedeeld door € 3,10, vermenigvuldigd met 100 is 12,2%. Er heeft dus een deflatie van 12,2% plaatsgevonden.

Doet inflatie ook wat met mijn bedrijf?

Wanneer er sprake is van een normale lage inflatie van minder dan 2%, dan is dat gunstig voor de economie. Het geeft de consument de ruimte om goederen in te kopen. Als er veel gekocht wordt, dan houdt dit de economie goed draaiende.

Bij een hogere inflatie en een minder snelle stijging van de prijzen daalt de koopkracht en neemt het consumentenvertrouwen af. Als eigenaar van een bedrijf kun je dit goed merken in de verkoop van je producten en in de stijging van de kosten bij jouw leveranciers. Het zal dan ook duurder worden om een lening te hebben. Bij een hoge inflatie is het dus heel belangrijk om goed te weten waar je mee bezig bent en ook wat jouw financiële ruimte is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *